‘Nieuw’ denken over ouderen op arbeidsmarkt is cruciaal

Asscher wil meer 50-plussers aan het werk

Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) wil met werkgevers en werknemers concrete maatregelen afspreken waardoor meer langdurig werkloze 50-plussers aan de slag kunnen.

Hoewel de werkloosheid afneemt, vindt Asscher dat vijftigplussers hierbij achterblijven. Er is dus meer nodig, schrijft hij vandaag 30 november 2015 aan de Tweede Kamer. Hij denkt daarbij onder meer aan netwerkbijeenkomsten, sollicitatietrainingen en scholingsbonnen.

Asscher vindt het verder cruciaal dat er anders gedacht gaat worden over ouderen op de arbeidsmarkt. Hij wil dat het normaal wordt om oudere werknemers aan te nemen. Veel werkgevers nemen nu liever jongere arbeidskrachten aan, omdat die goedkoper en minder vaak ziek zouden zijn.

Vakbond FNV pleitte er eerder voor in sommige sectoren een proef te houden met anoniem solliciteren om zo leeftijdsdiscriminatie tegen te gaan.

‘Met anoniem solliciteren, geef je iedereen eerlijke en gelijke kans’

Maatregelen

De minister overlegt de komende tijd met werknemers en werkgevers over concrete maatregelen om werkloosheid onder ouderen te voorkomen en werkzoekenden van 50 vijftig jaar en ouder sneller aan het werk te krijgen.

De Tweede Kamer heeft Asscher gevraagd een boegbeeld aan te stellen om negatieve opvattingen over oudere werknemers te bestrijden. De minister is daar mee bezig en laat het de Kamer weten als hij de juiste kandidaat heeft gevonden die het gezicht wordt van ”het nieuwe denken” over ouderen op de arbeidsmarkt.

Begroting
Deze week debatteert Asscher in de Tweede Kamer over de begroting van zijn ministerie. Coalitiepartij VVD en oppositiepartijen SP, CDA en D66 verwijten de minister dat hij te weinig voor elkaar heeft gekregen. Zij wijzen onder andere op vele werkloosheid, die ondanks de economische groei boven de 600.000 personen blijft.

Bron: ANP / NU.nl

De opkomst van de oudere werknemer is een succesverhaal

Er is ook goed nieuws over de arbeidsmarkt voor ouderen. In het FD verklaart macro-econoom Mathijs Bouman recente ontwikkelingen in de economie. Onlangs schreef hij in de krant dat de recente stijging van werkloosheid onder 55-plussers naar 8,5% t.o.v. van 6,7% onder 55-minners weliswaar erg vervelend is voor de betrokken werklozen. Maar dat daarnaast ook vooral moet worden gekeken naar het aantal 55-plussers dat op de arbeidsmarkt werkzaam is. Die vertoond namelijk een spectaculaire stijging. In 2005 werkten er 850.000 ouderen. Vijf jaar later in 2010 was dat gestegen tot 1.16 miljoen. En ondanks de crisis is het aantal werkende 55-plussers in 2015 gestegen tot 1.35 miljoen. Tegelijkertijd nam het aantal ‘inactieve’ (geen werk en ook niet op zoek) 55-plussers af van ruim 1 miljoen in 2005 naar ongeveer 700.000 in 2015. Dat wil zeggen dat waar eerder de meerderheid van 55-plussers niet werkte dat nu is gedaald naar minder dan een derde. Een groter deel van de actieve 55-plussers is nu werkloos (8.5%) maar de toename van het aantal werkende ouderen was vele malen groter. Voor 55-plussers zonder werk is het een schrale troost. Maar de snelle opkomst van de oudere werknemer, na de afschafing van de VUT en het prepensioen is een regelrecht succes.

Bron: Financieel Dagblad / Mathijs Bouman

Lees hier het hele artikel : http://fd.nl/binaries/33/42/15/krant-20151017-0-018-056.pdf

grote meerderheid 50-plussers wil doorwerken tot pensioen

Meeste 50-plussers willen doorwerken tot pensioen

Het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd betekent voor de meeste 50-67-jarigen (64%) dat zij blijven doorwerken in hun huidige functie. Een kwart (24%) wil eerder te stoppen met werken. Dit zijn vaker 50-55 jarigen, terwijl mensen van 62-67 jaar juist vaker aangeven door te willen of moeten werken.

Dit blijkt uit onderzoek van Wijzer in geldzaken dat vandaag gepubliceerd wordt in het kader van de nationale Pensioen3daagse op 3, 4 en 5 november 2015. Tijdens deze drie dagen zetten enkele honderden organisaties zich in om Nederlanders meer inzicht en overzicht te geven in hun pensioensituatie.

AOW later dan verwacht

70% van de werkzame beroepsbevolking 50-67 jaar krijgt de eerste AOW-uitkering later dan zij verwachten. Hoe dichter men bij de AOW-leeftijd komt, hoe vaker men het goed weet. 34% van de ondervraagden betwijfelt of er genoeg werk is voor hen op de arbeidsmarkt tot dat zij de pensioengerechtigde (AOW) leeftijd bereiken.

Verveling

Weinig mensen (94%) maken zich geen of weinig zorgen over of ze zich zullen vervelen zodra ze met pensioen zijn. Na pensionering gaat men het liefst: hobby’s oppakken (73%), reizen (58%), vrijwilligerswerk doen (56%), van kleinkinderen genieten (36%)….en 15% blijft betaald doorwerken, 5% wil een opleiding volgen en 2% start een onderneming! Een meerderheid doet er nu veel aan om straks tijdens het pensioen fit te zijn. Vier op de tien maken zich zorgen over de gezondheid na pensionering en drie op tien maken zich zorgen over of er voldoende geld is om van te leven.

Pensioen3daagse 2015

Dit jaar vindt de vijfde editie van de Pensioen3daagse plaats op initiatief van Platform Wijzer in geldzaken, waarbij de focus wordt gelegd op de doelgroep 50+. Het thema van de Pensioen3daagse 2015 is ‘Wat moet ik doen voor mijn pensioen?’, met als rode draad de gebeurtenissen in je leven (life events) die van invloed kunnen zijn op jouw pensioensituatie, jouw AOW leeftijd en je verwachte inkomsten en uitgaven na pensionering.

Wijzer in geldzaken van de Telegraaf heeft in dit kader de gelijknamige tool ‘Wat moet ik doen voor mijn pensioen?’ doorontwikkeld op basis van gedragswetenschappelijke inzichten. Deze tool helpt je aan de hand van jouw eigen situatie met rekenhulpen en tips te kijken of jij het goed voor elkaar hebt voor jezelf en je gezin (nabestaanden). Niet alleen later als je met pensioen gaat, maar ook als er morgen iets onverwachts gebeurt.

Bron: Telegraaf 3-11-2015

Investeren in duurzame inzetbaarheid van (oudere) werknemers loont

In de NRC van 17 april 2013 staat een uitgebreid artikel met hoogleraar Beatrice van der Heijden. Als hoogleraar is zij gespecialiseerd in ‘strategic human resource management’. Ze is aangenaam verrast door de recente afspraken over ‘duurzame inzetbaarheid voor jonge en oude werknemers’ in het sociaal akkoord dat deze week werd gesloten door overheid, werkgevers- en werknemersbonden. Volgens haar tonen ze daarmee hun gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van ‘goed werkgevers- & goed werknemersschap’. Dit akkoord zal volgens haar veel positieve gevolgen kunnen hebben voor de enorme hoeveelheid oudere werknemers in Nederland ( CBS: sinds 2013 zijn er onder mannen meer werkende vijftigers dan dertigers ). Dat bedrijven nog te vaak 40-plussers beschouwen als “oud” vindt zij daarom kortzichtig. ‘De vergrijzing is juist een extra argument om te investeren in duurzame inzetbaarheid van werknemers’. Door de employability van werknemers te verbeteren zullen organisaties veel langer nut hebben van gemotiveerd en deskundig personeel. Dit levert organisaties veel voordeel en besparingen op.

Bron: NRC 17-4-2013

 

Zorgmedewerkers zijn negatief imago van de zorg beu

Talloze zorgprofessionals en cliënten herkennen zich niet langer in de karikatuur die door buitenstaanders van het zorglandschap wordt geschetst. Dit blijkt uit de publicatie “Zoek het dichtbij” van Willem Wansink.

De care verandert

Medewerkers en bestuurders in de langdurige zorg zijn het negatieve imago beu dat er van hun sector bestaat. Hun werk doet ertoe, vertellen zij aan schrijver en zorgexpert Willem Wansink. In vijf reportages schetst hij hoe de care langzaam maar zeker verandert. “Ik moet ziende blind zijn geweest. Maar ik trof meer aan dan het geijkte vooroordeel.”

In voor zorg!

De instellingen die hij bezocht, werden ondersteund door In voor zorg!. Dat is het veranderingsproject van Vilans, het kenniscentrum van de langdurende zorg. In dit project draait alles om de externe coach. Deze coach brengt nieuwe zienswijzen in en leert bestuurders en medewerkers anders te kijken, anders te werken en betere zorg te verlenen aan cliënten.

Resultaten

De resultaten zijn opvallend, constateert Wansink in zijn publicatie. Cliënten krijgen meer regie. Ze worden sneller geholpen zelfstandig te wonen. Kleinere teams organiseren zichzelf, iedereen heeft meer verantwoordelijkheid. En er worden organisatiemodellen ingevoerd waarmee tijdens de overdracht zelfs vele uren kunnen worden ingelopen.  In voor zorg! begon in 2009. Inmiddels doen honderden instellingen in de care eraan mee.

Bron: Skipr.nl

Jong personeel herkennen emoties oudere klanten niet

Jonge mensen maken vaak fouten bij het herkennen van emoties op oudere gezichten, blijkt uit psychologisch onderzoek. Voor retailers is dat iets om rekening mee te houden bij het werven van nieuw personeel.

Veel jonge mensen interpreteren leeftijdgerelateerde veranderingen, zoals rimpels en plooien, als gezichtsuitdrukkingen. Deze natuurlijke en onbedoelde uitdrukking heeft invloed op de perceptie van emotie in een ouder gezicht met het risico op het interpreteren van de verkeerde boodschap.

Rimpels leiden af
In een studie, online gepubliceerd in het Journal of Experimental Social Psychology, vroegen onderzoekers 65 studenten naar gezichten te kijken die door de computer waren gegenereerd. Ze bekeken gezichten van mannen en vrouwen in de leeftijd van 19 tot 21 jaar en in de leeftijd van 76 tot 83 jaar. Daarbij moesten ze kiezen uit vier gezichtsuitdrukkingen: neutraal, blij, verdrietig, of boos.
De studie wees uit dat een gezichtsuitdrukking op een ouder gezicht als minder duidelijk wordt ervaren dan dezelfde uitdrukking op het gezicht van een jongere persoon. Zuivere woede bijvoorbeeld komt niet als zodanig over. De gezichtsuitdrukkingen hebben dan ook minder invloed op de conclusies over gedragsintenties. Beide effecten kunnen negatieve gevolgen voor interacties tussen jong en oud.

Ervaring helpt bij het communiceren met oudere klanten
De onderzoekers merken op dat de leeftijd van de waarnemers waarschijnlijk een verschil in de resultaten heeft gemaakt. Oudere waarnemers zouden met hun ervaring de emotie beter herkennen, ook al is die minder duidelijk. Een helder pleidooi voor het inzetten van ouder personeel bij het communiceren met oudere klanten!

Bron: Silver / Jose Mast / Route50plus.nl

50 plus zoekend op de arbeidsmarkt oriënteert zich niet voldoende via moderne kanalen

Vacaturesites worden nu het meest gebruikt als oriëntatiebron voor mensen die een baan of werkgever zoeken. Daarna gevolgd door ‘open sollicitaties’ en ‘bekenden/netwerk’. Social media maakt een erg sterke groei door (index 140) sinds 2011. Terwijl verder het oriëntatiegedrag van de Nederlandse beroepsbevolking in grote mate gelijk is gebleven. Daarnaast valt op dat 50-plussers nog steeds veel vertrouwen op traditionele oriëntatiekanalen en minder op moderne kanalen. Als gevolg hiervan worden minder vacatures gevonden en wordt de mismatch op de arbeidsmarkt verder vergroot. Dit blijkt uit het Arbeidsmarkt GedragsOnderzoek (AGO) van Intelligence Group uit een analyse van 23.599 personen uit de Nederlandse beroepsbevolking.

Sterke opmars van social media
Onder jongeren jonger dan 20 jaar staan social media al op een derde plaats in het oriëntatiegedrag. Voor twintigers is dat een 7e plek met 26 %. Daarmee zorgen social media voor verandering in het verder overwegend gelijk blijvende oriëntatiegedrag van de Nederlandse beroepsbevolking. Dit is niet alleen bij hoger opgeleiden het geval, maar ook steeds vaker bij MBO’ers. 22 Procent van de MBO’ers oriënteert zich via social media. Bij de VMBO’ers blijft het inzetten van social media nog achter bij het zoeken van een nieuwe baan. Van de social media is vooral LinkedIn belangrijk. Voor specifieke doelgroepen ook Facebook (bijvoorbeeld jongeren) en Twitter (bijvoorbeeld marketeers en recruiters).

Net als in 2011 zijn vacaturesites, die door meer dan de helft (55%) van de Nederlandse beroepsbevolking worden gebruikt als zij op zoek gaan naar een nieuwe baan, met afstand het belangrijkste kanaal. Op een tweede plek staan open sollicitaties (38%) gevolgd door bekenden/netwerk (34%). De krant staat op de vierde plaats staat met 30%. Met name onder veertigers en 50-plussers heeft de krant nog een prominente plek in het zoeken van een baan. 40 Procent van de 50-plussers gebruikt een krant om een baan te zoeken en  daarmee staat dit kanaal op een derde plaats voor deze doelgroep.

Verkeerd zoeken leidt tot mismatch op de arbeidsmarkt
Steeds meer werkgevers kiezen voor moderne manieren van werving bij het verspreiden van vacatures en het zoeken van nieuwe werknemers, zoals social media, sourcing en het gebruik van zoekmachines. Belangrijk voor werkzoekenden is de adoptie van deze nieuwe kanalen bij het zoeken van een baan. De doelgroep 50-plussers kiest daarentegen vaker voor oriëntatiekanalen met minder vacatures en een lagere effectiviteit, zoals de krant en UWV Werkbedrijf. Juist voor deze groep is het belangrijk om het zoekgedrag aan te passen en beter in te richten op het huidige zoekgedrag van werkgevers en recruiters. Hierdoor kunnen zij hun succes op de arbeidsmarkt aanzienlijk vergroten.. “Naast leeftijdsdiscriminatie speelt bij 50-plussers dat zij minder goed in staat zijn om de beschikbare vacatures te vinden” aldus Geert-Jan Waasdorp, oprichter van Intelligence Group “Bij sollicitatietrainingen is er veel aandacht voor het CV, de kleding, netwerken en etiquette. Aandacht voor het daadwerkelijk zoeken naar een baan is er nauwelijks. Dit is opvallend, omdat hier wel de basis ligt van het vinden van werk. Door werkzoekenden te wijzen op de juiste bronnen met vacatures kan een substantieel deel van de openstaande vacatures worden ingevuld en werkzoekenden aan een baan worden geholpen.”

Technische verantwoording
Het Arbeidsmarkt GedragsOnderzoek (AGO) is een continu onderzoek dat sinds 2003 afgenomen wordt onder ruim 5.000 unieke respondenten per kwartaal door Intelligence Group. Op jaarbasis worden minimaal 20.000 personen ondervraagd die representatief zijn voor de (potentiële) Nederlandse beroepsbevolking (de NBB inclusief studenten, scholieren en zzp’ers). De respondenten worden gewogen op basis van CBS-cijfers met betrekking tot opleidingsniveau, geslacht, leeftijd en onderwijsvolgend versus niet-onderwijsvolgend. De gestelde vraag met betrekking tot deze analyse luidt “Hieronder staan verschillende kanalen die u zou kunnen gebruiken bij het zoeken naar een nieuwe baan. Kunt u aangeven welke belangrijk zijn voor u als u op zoek zou zijn naar een nieuwe baan? Bovengenoemde cijfers zijn afkomstig uit het AGO van 2011 en 2012.

Bron: Intelligence Group

AOW’ers in dienst nemen wordt aantrekkelijker

Voor werkgevers wordt het aantrekkelijker om een AOW’er in dienst te nemen. voortaan hoeven bedrijven AOW’ers straks nog maar zes weken het loon door te betalen bij ziekte, in plaats van twee jaar. Daarnaast komen er meer mogelijkheden om AOW’ers een tijdelijk contract aan te bieden.

Dit staat in een wetsvoorstel dat minister Henk Kamp van Sociale Zaken naar de Raad van State heeft gestuurd voor advies. Zijn departement heeft dat dinsdag bekendgemaakt. De maatregelen moeten per 1 juli 2013 ingaan.

Voor werkgevers is nu de langdurige loondoorbetaling bij ziekte nog een forse belemmering om gepensioneerden in dienst te houden of te nemen. Maar ook de huidige verplichting dat slechts drie keer achter elkaar een tijdelijk contract mag worden aangeboden, is een obstakel bij het aannemen van AOW’ers.

Minister Kamp maakt het ook voor de AOW’ers zelf interessanter om te blijven doorwerken. De AOW’ers krijgen recht op het wettelijk minimumloon. Op dit moment hebben ze dat recht nog niet.

In het wetsvoorstel staat ook dat het dienstverband automatisch eindigt bij het bereiken van de AOW-leeftijd, tenzij daar andere afspraken over gemaakt zijn tussen werkgever en werknemer. Volgens Kamp is het goed dat de wet daarover helderheid biedt. Deze bepaling geldt alleen voor de marktsector, omdat er voor overheidspersoneel al regels bestaan over het automatisch beëindigen van het dienstverband.

Bron: Telegraaf, 29 mei 2012

‘Werkgevers vinden personeel van veertig vaak al te oud’

Werkgevers vinden personeel van 40 jaar vaak al te oud. Werknemers worden vanaf die leeftijd al afgeschreven.

Dat blijkt uit een recent onderzoek van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Uit het onderzoek onder leidinggevenden blijkt dat de gemiddelde leeftijd van een afdeling volgens 70 procent van de werkgevers onder de 40 moet liggen. Ook vinden ze dat er een overwicht moet zijn van jongere medewerkers. De chefs zijn ook negatief over de toekomst van veertigers. Zelfs oudere leidinggevenden denken er zo over, al zijn ze wel meer tevreden over de ouderen op hun afdeling.

Het onderzoek is uitgevoerd door hoogleraar Beatrice van der Heijden. Volgens haar hebben chefs veel vooroordelen over werknemers van boven de 40 jaar. ‘Minder flexibel, vaker gefrustreerd, minder ambitieus, minder creatief en minder vernieuwend: dat zijn veelgehoorde kwalificaties.”

Jonge leidinggevenden hebben meeste vooroordeel
Jongere leidinggevenden zouden een veertiger bovendien een slechtere beoordeling geven dan een chef die zelf ouder is.

Het onderzoek van de universiteit is gehouden in het midden- en kleinbedrijf, bij multinationals en overheidsinstellingen. Bij het midden- en kleinbedrijf zijn de veertigers beter af, zegt Van der Heijden. “Daar zijn de chefs iets minder negatief. Kleinere bedrijven hebben minder bureaucratie. De mensen kennen elkaar beter. Dat helpt en gaat vooroordelen tegen.”

Vergrijzing noopt tot actie
‘Bedrijven zijn te afwachtend. Er zijn al grote personeelstekorten in bijvoorbeeld de zorg. Je kunt ook niet voldoende mensen uit het buitenland halen. Ook daar is vergrijzing.
Er móet dus aan de toekomst gedacht worden.

‘Maar chefs zitten zo’n vier jaar op dezelfde afdeling, en zij worden alleen afgerekend op de korte termijn. Als je mensen van 40 al geen kansen meer geeft om zich te ontwikkelen, ben je als werkgever echt te laat als ze 45 zijn. Werknemers zelf doen daardoor minder om zich te blijven ontwikkelen. Die beginnen geen opleiding of stappen niet over naar een andere functie of baan. Vergeet niet: veertigers moeten nog 26 jaar werken.

Bron: AD, Nu.nl, Radboud universiteit

Wat vindt 50+ zorgpersoneel belangrijk om tot 65 door te werken?

Om tot 65 jaar of zelfs langer te kunnen werken als verpleegkundige of verzorgende, zijn extra maatregelen voor 50-plussers nodig. Waar moeten werkgevers volgens hen rekening mee houden?

Onderzoeksinstituut Nivel vermoedt dat de meeste werkgevers in de zorg nog geen zichtbaar ouderenbeleid voeren onder hun werknemers. Uit een peiling van het Panel Verpleging & Verzorging blijkt dat slechts een kwart van de ondervraagden denkt dat hun werkgever er alles aan doet om 50-plussers in dienst te houden.

Lees meer > Verder lezen